Mankepoot

Op een mooie maandagmiddag in december 2017 kreeg ik een arbeidsongeval, waarbij ik mijn rechterenkel behoorlijk beschadigde. In fact, de schade was van dien aard dat ik er nog altijd wat mee sukkel. Dat neemt echter niet weg dat een of andere hogere macht gisteren besloot dat dat nog niet genoeg was. Dit keer is mijn linkerenkel de pineut…

Eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet precies wat er gebeurd is. Het ene moment ben ik vrolijk aan het babbelen, het volgende moment lig ik languit op straat. Als ik een collega mag geloven, ben ik verkeerd op een stuk hout of steen gaan staan en heb ik mijn enkel verzwikt. Dat laatste geloof ik in ieder geval zeker, want al vrij snel maakte de adrenalinerush die me nog naar huis heeft gevoerd plaats voor een enorme pijn, gecombineerd met een dikke, blauwe enkel.

Na een verschrikkelijke nacht wist ik vanmorgen, op basis van uitvoerige expertise, eigenlijk al zeker wat het oordeel van de huisarts zou zijn en inderdaad, ook zij constateerde dat ik mijn enkelbanden heb gescheurd. Voorlopig kan ik de waslijst werk- en huishoudelijke taken dus laten voor wat hij is, en me volledig richten op dingen als lezen, films kijken en knutselen. Een beetje bloggen af en toe misschien ook.

Je zou denken dat het toch wel erg bijzonder is om aan twee enkels tegelijkertijd geblesseerd te zijn. Jammer genoeg kan ik me echter een zomervakantie herinneren waarin ik precies hetzelfde had. Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker?

Advertenties

Dikkie Dik naar de dierenarts

Dag jongens en meisjes,

Het is inmiddels alweer een poosje geleden dat ik van mezelf heb laten horen, maar hier ben ik weer! Ik moet namelijk toch écht even spuien over een nare rotactie van ons Vrouwmens…

Zoals jullie weten, houd ik van het goede leven. Een goedgevuld bakje brokjes, een portie vlees op z’n tijd, een extraatje hier en daar en genoeg tijd om te luieren. Meer heb ik helemaal niet nodig! Je zou toch denken dat dit geen onoverkomelijke wensenlijst is, ware het niet dat ons Vrouwmens dacht mijn wereld op z’n kop te moeten zetten.

Eerlijk is eerlijk, ik voelde al nattigheid. Mijn etensbakje bleek de laatste tijd wat minder gevuld te zijn dan voorheen en in plaats van De Snor noemde het Vrouwmens me de laatste tijd Dikkie Dik. Ik kan er toch zeker ook niets aan doen dat ik gewoon een stevige bouw heb?

Hoe dan ook, het Vrouwmens vond er niets beters op dan mij en mijn geliefde broer afgelopen week mee op stap te nemen. Nietsvermoedend vertrok ik nog vrij rustig, maar toen ik zag waar het Vrouwmens onze taxi parkeerde was dat snel gedaan: De Dierenarts! In een reflex heb ik nog geprobeerd me te verstoppen onder mijn dekentje, maar dat mocht helaas niet baten…

Goed, De Dierenarts was een vriendelijke mevrouw die ik al eens eerder gezien had, toen ik twee jaar geleden nog een piepkleine pluizenbol was. Ondanks het feit dat ze lief was, had ik het toch niet zo op haar en achteraf blijkt mijn gevoel meer dan terecht te zijn: De Dierenarts heeft ons Vrouwmens ingefluisterd dat ik op dieet moet! Wat zeg je daar nu van?!
Met ruim 5 kilo schoon aan de haak zie ik mezelf als een stevige levensgenieter en van die anderhalve kilo die ik sinds mijn castratie ruim een jaar geleden ben aangekomen lig ik geen minuut wakker. Een dieet, waar haalt De Dierenarts dat maffe idee vandaan zeg?!

Geloof mij, het laatste woord is hier nog niet over gezegd! Ik ga de zaken eens goed op een rijtje zetten, om vervolgens mijn slag te kunnen slaan. Jullie horen ongetwijfeld nog van mij…

– Charlie

Lichtpuntjes

“Look for something positive in each day,
even if some days you have to look a little harder.”

Op sommige dagen vinden we wat makkelijker lichtpuntjes dan op andere dagen. Aangezien het voor mij steeds moeilijker werd om iets positiefs te vinden en de waslijst aan lichamelijke klachten bovendien ook ellenlang begon te worden, besloot ik afgelopen maandag een bezoekje te brengen aan mijn huisarts. Na het opsommen van alle pijntjes en ongemakken heb ik eerlijkheidshalve ook maar opgebiecht dat Het Incident op het werk mogelijkerwijs van invloed is. Ik weet eigenlijk niet wat voor reactie ik verwacht had, maar een simpel hoofdknikje met de vraag of De Collega en ik niet uit elkaar gehaald zouden kunnen worden was toch wat tegenvallend. Toen daarop het advies volgde om vooral door te bijten en het van me af te zetten, zakte mijn broek compleet af. Briljant advies, dóm van me dat ik dat de afgelopen anderhalve maand nog niet geprobeerd heb!

Met genoeg recepten om een halve apotheek in huis te halen en een knagend gevoel stapte ik uiteindelijk weer de deur uit. Voor iemand die ongetwijfeld op zijn minst toch een béétje psychologie tijdens haar opleiding gehad heeft, vond ik de reactie op zijn zachtst gezegd wat ongelukkig. Gelukkig heb ik inmiddels ook mogen ondervinden dat het wel degelijk anders kan. Uit het niets kreeg ik afgelopen week de vraag van iemand of ze misschien boodschappen kon doen of eens moest koken. Ook van De Leidinggevende kwam een handreiking in de vorm van het vrijblijvende aanbod om eens te babbelen, zonder dat ze wist dat ik zo’n gebaar op dat moment goed kon gebruiken. En wat te denken van die persoon die me, nog voor familie en andere vrienden en bekenden, toevertrouwde dat ze zwanger is?

Daar, in de spreekkamer van de huisarts, moest ik plots denken aan een kleine anderhalve maand geleden, toen ik tegenover De Leidinggevende zat, die zich bijna verontschuldigde omdat ze er niet voor geleerd heeft om om te gaan met persoonlijke problemen. Eerlijk is eerlijk, ik verwacht van haar ook helemaal niet de professionele adviezen die je misschien van een huisarts wel zou mogen verwachten. Ik zit niet te wachten op grootse gebaren of iemand die denkt met een toverstafje alle problemen uit de wereld te helpen. Een luisterend oor bieden zonder klaar te staan met allerhande oordelen, gewoon laten weten dat je voor me klaar wilt staan, is al meer dan voldoende. Vaak vormen zelfs die kleinste dingen namelijk al oogverblindende lichtpuntjes.

Een schone lei

How do you pick up the threads of an old life?
How do you go on, when in your heart you begin to understand…
there is no going back?
There are some things that time cannot mend.
Some hurts that go too deep, that have taken hold.
Frodo ~ Lord of the Rings: The return of the king

Toen ik ruim zeven jaar geleden deze blog introduceerde, begon ik mijn allereerste schrijfsel met bovenstaande quote. Het was op dat moment een quote die me raakte, uitgesproken door een personage waar ik mezelf mee kon identificeren. Hoe ga je om met het feit dat de wereld na jarenlange struggles en ellende niet meer de wereld is zoals je je die herinnert? Hoe ga je om met het feit dat je de last van alles wat je hebt meegemaakt de rest van je leven met je mee zal blijven dragen?
Hoewel ik de afgelopen jaren mijn wereld opnieuw op heb kunnen bouwen, is de quote toch weer actueel geworden. Mijn zorgvuldig opgebouwde knutselwerk is in november volledig ingestort. Ik zou er heel veel voor overhebben om terug in de tijd te gaan om te zien of ik de nu aangerichte schade zou kunnen voorkomen of beperken, maar helaas is dat geen optie: it is what it is en daar moeten we maar het beste van maken, met een blik gericht op de toekomst.

Eerlijk is eerlijk, ik kan me niet herinneren dat ik ooit zó uit heb gekeken naar een jaarwisseling als de afgelopen weken. De magische krachten van een jaarwisseling heb ik tot voor kort nooit begrepen. De nacht van 31 december op 1 januari is voor mij altijd een nacht als alle anderen geweest, waarop toevallig het jaartal verandert. Die nieuwe kansen die ‘het nieuwe jaar’ zogenaamd biedt? Die krijg je iedere dag opnieuw. En toch… Toch keek ik ditmaal wél reikhalzend uit naar dat veranderende jaartal. Als er dan tóch zo’n helende en inspirerende werking uit zou gaan van een jaarwisseling, mocht zich dat van mij afgelopen nacht openbaren. Aangezien ik de afgelopen jaren mijn portie ‘verkwikkende werking’ overgeslagen heb, zou dat ook zeker met terugwerkende kracht verrekend mogen worden met mijn portie van deze jaarwisseling.

U kunt het echter wel raden: niets van dat alles. Same sh*t, different day. Ik heb in alle vroegte mijn dagelijkse wandelingetje door een uitgestorven Nobodyville gemaakt, om vervolgens iets bij de Leidinggevende van mijn werk af te geven. Ondanks talloze uitvluchten om niet te moeten gaan ben ik toch in mijn auto gesprongen om de spullen te overhandigen en te zorgen dat ik op een zo’n beleefd mogelijke wijze zo snel mogelijk weer weg kon. Na het eigenhandig schrappen van mijn plan om mijn ouders een verrassingsbezoek te brengen of om wat geocaches te gaan zoeken was dit al een serieuze overwinning… Voor mij geen polonaise om de victorie te kraaien, maar een tripje terug naar bed. Bijtanken. In eerste instantie verstopt onder mijn dekbed, later met een leesboek in de hand.

Fris en frui… Nee. Uiteindelijk heb ik mijn laptop maar eens opgestart, om na een periode van oorverdovende stilte het nieuwe blogjaar maar eens in gang te schieten. Prutsen aan een lay-out. Op de twee laatste blogjes na alle hersenscheten offline zwieren. Op zijn minst een schone digitale lei.

When the going gets tough…

Bijna een maand geleden schreef ik over wat ik maar Het Incident zal noemen en hoewel ik al een paar dagen de behoefte voel om daar een update rond te plaatsen, weet ik eigenlijk niet zo goed waar ik moet beginnen. Bij het begin dan maar, zeker?

Details doen er niet echt toe, maar er heeft zich dus een incident of situatie voorgedaan, waarbij een collega mij ten overstaan van alle andere collega’s op die betreffende vestiging niet zo netjes heeft behandeld. Ik zou ik niet zijn als ik dat niet in eerste instantie gewoon wilde laten passeren om met een struisvogelmove mijn kop in het zand te steken, maar ik merkte al heel rap dat dat geen optie was. Niet alleen is mijn vertrouwen in De Collega helemaal weg, ik zat zit bovendien behoorlijk met mezelf in de knoop.

Daar waar ik De Collega eigenlijk maar nauwelijks zie, trof ik haar in de nasleep van Het Incident. Ik had me helemaal voorbereid om het gesprek aan te gaan, iets wat ik heel erg spannend vond, maar zij meldde simpelweg dat ze op dat moment geen gesprek aan kon. In plaats van een gesprek te voeren werd er dus een datum geprikt voor een afspraak, anderhalve week later.
Aangezien de hele situatie me behoorlijk raakte en menigeen door begon te krijgen dat het niet zo goed ging, klopte ik aan bij mijn Leidinggevende voor een gesprek, waarin ik onder andere heb aangegeven waarom Het Incident mij zo geraakt heeft. Zij heeft op dat moment eigenlijk al beslist dat een gesprek met De Collega alleen niet wenselijk zou zijn, dus zij heeft zich in allerlei bochten gewrongen om, samen met een andere leidinggevende, aanwezig te zijn.

Inmiddels heeft dat gesprek plaatsgevonden. De Collega heeft kunnen zeggen wat haar ertoe aangezet heeft om te handelen zoals ze gedaan heeft en ik… Ik heb vooral alles over me heen laten komen. Volgens de Leidinggevende had ik meer weerwoord mogen bieden omdat De Collega nu wellicht denkt dat haar kant van het verhaal waar is terwijl dat zeker niet altijd zo is, maar eerlijk gezegd had en heb ik geen zin in welles-nietes-spelletjes: ik wilde vooral weten hoe het nu verder moet. En eerlijk? Ik weet het niet. Zelfs nu, bijna twee weken later, weet ik het niet.
Het Incident heeft, net als menig woord dat gezegd is tijdens het gesprek, bij mij oude wonden opengehaald. Dat maakt het voor mij moeilijk om de bladzijde om te slaan en de blik op de toekomst te richten, hoewel ik dat wel graag zou doen. Daar komt nog eens bij dat De Collega van mijn Leidinggevende gehoord heeft dat ze oud zeer boven water heeft gehaald, waarop ze voorstelde om daar samen over in gesprek te gaan ‘omdat zij zich er ook niet goed bij voelde’. Een kleine kortsluiting in mijn hoofd volgde, waarop ik vriendelijk bedankt heb voor die eer, waarna De Collega een hele uiteenzetting over zichzelf heeft gehouden. Op ieder ander moment had ik daar graag naar geluisterd, maar ik heb op dit moment meer dan genoeg aan mezelf. Het is misschien egoïstisch, maar het kost me al moeite genoeg om het hoofd boven water te houden zonder me bezig te moeten houden met haar…

Donder

Alle goede voornemens ten spijt is het hier inmiddels toch alweer langer stil dan dat ik eigenlijk had gewild. Eerlijk gezegd heb ik om uiteenlopende redenen lang getwijfeld of ik er iets over zou zeggen of niet, maar uiteindelijk heb ik besloten om de stap toch maar te zetten. Wie weet lucht het in ieder geval op.

Het gaat namelijk momenteel niet zo goed.
Sinds ik ruim vier jaar geleden naar België ben verhuisd, heeft iedereen hier me leren kennen als een vrolijk rondstuiterend wezen. Ik ben de grappenmaker. De sarcast. De giechelgeit. Degene die de kou regelmatig uit de lucht haalt. Degene die met humor zaken probeert te relativeren.
Die persoon is op dit moment echter ver te zoeken.

Ik vind dat ik het in verband met privacy en het feit dat ik niet weet wie hier snuffelt niet kan maken om het hele verhaal op internet te gooien, maar het komt er wat op neer dat één van mijn collega’s me ten overstaan van alle andere collega’s op die vestiging een flinke spreekwoordelijke steek in de rug heeft gegeven. Verschillende collega’s hebben me al laten weten dat ze de actie van mijn collega echt helemaal niet ok vinden en de collega in kwestie gaat ook aangesproken worden door een ‘getuige’ van hogerhand (of vermoedelijk is dat zelfs al gebeurd), maar dat doet niets af aan mijn gevoel. Ik voel me gekwetst, vernederd en in de zeik genomen en doordat ik het echt niet aan zag komen is mijn vertrouwen in de betreffende persoon helemaal weg. In het verleden hebben we ook onenigheid gehad, waarna ik op mijn tenen ben gaan lopen om mijn collega maar te plezieren, wat naar mijn idee ook vrij goed lukte, en hoewel ik achteraf gezien misschien wel alarmsignalen kan aanwijzen kwam deze specifieke actie als donderslag bij heldere hemel.

Ondanks het feit dat meerdere mensen me hebben verzekerd dat ik het niet aan mijn hart moet laten komen en het me zeker niet persoonlijk aan moet trekken, heeft dit incident gedachten getriggerd die ik jarenlang niet gehad heb. Een bijna voortdurende oorlog speelt zich af in mijn hoofd, waardoor het moeite kost om overeind te blijven. Het voelt alsof ik in een afgrond ben gevallen en me, in de hoogte bungelend aan een dunne tak, vast moet grijpen om niet nog verder te donderen. Doordat ik ook op andere vestigingen werk heb ik de betreffende collega nadien niet meer gezien, maar ik word fysiek onpasselijk wanneer ik ook maar aan dat moment denk. Ik zie zelfs op tegen het moment waarop ik andere collega’s van die vestiging weer onder ogen moet komen, niet wetend hoe zij gaan reageren.

Naast de momenten waarop ik mezelf de schuld geef van de situatie of het mezelf kwalijk neem dat ik niet wat meer ruggengraag heb om alles wél van me af te zetten, zijn er ook spaarzame ogenblikken waarop ik een unheimlich gevoel krijg bij het idee dat één iemand me dusdanig weet te intimideren dat zo’n beetje alle vaste grond onder mijn voeten wordt weggeslagen. Ik mag in dit opzicht dan misschien gevoeliger of kwetsbaarder zijn dan een ander, maar wat bezielt je in hemelsnaam om iemand zo achterbaks te schande te maken? Ik kan er met de beste wil ter wereld met mijn pet niet bij…