De aftrap


Toevallig was ik gisteravond in mijn agenda bezig, toen mijn oog plots viel op een vrij belangrijke gebeurtenis. Daar waar de universiteiten in Nederland al een paar weken draaien, was vandaag de grote dag in België: de aftrap van het nieuwe academisch jaar. Ook voor mij stond het eerste college van het jaar op het menu. Of, nou ja…

Vanwege de coronacrisis mag slechts een zeer beperkt aantal studenten in de collegezaal aanwezig zijn, waardoor het merendeel thuis via een livestream of opname achteraf het college volgt. Je zou denken dat men de laatste maanden van het vorig academisch jaar tijd zat heeft gehad om bij te leren, maar niks is minder waar: het gestuntel met internetverbindingen, webcams en camera’s is niet minder dan voorheen.
Eerlijk is eerlijk, ik heb flink getwijfeld of ik me nog wel in zou schrijven. Ik hoef nog maar een handvol studiepunten te behalen voor een tweede masterdiploma, maar het staat me een beetje tegen. Kort samengevat focust de opleiding zich tegen mijn verwachting in vrijwel volledig op de ziekenhuissector, terwijl ik graag het bredere kader van de gezondheidszorg als geheel zou bestuderen. Ik zie het bijvoorbeeld helemaal niet zitten om een thesis te schrijven rond een ziekenhuisgerelateerd onderwerp. Daar komt nog bij dat het toch vrij prijzig is om collegegeld te moeten betalen om, cru gezegd, van een streamingsdienst gebruik te mogen maken.

Uiteindelijk besloot ik me toch opnieuw in te schrijven en dus schoof ik vanavond achter mijn laptop om de opname van het college van vanmorgen terug te kijken. Wat te drinken bij de hand. Twee katten op schoot. Koptelefoon op. Eigenlijk… Eigenlijk beviel het me wel. Geen reistijd. Gewoon lekker thuis. Eindelijk eens geen problemen om de prof te verstaan. Ik kan me voorstellen dat het lastig is om gemotiveerd te blijven als je enkel online colleges mag volgen, maar vooralsnog hoor je mij niet klagen. Het academiejaar 2020 – 2021 is eindelijk afgetrapt.

Coronakilo’s

Als er één term de afgelopen zomer hot is geweest, dan is het wel coronakilo’s. Een aanzienlijk deel van de bevolking is tijdens de coronacrisis aangekomen en dat is blijkbaar dusdanig bijzonder dat er een heuse term voor verzonnen werd, alsof een coronakilo meer of juist minder weegt dan een ‘normale’ kilo… Zelf had ik de perfecte manier om de coronakilo’s het ontstaan van extra kilo’s aan mijn lijf te ontkennen: simpelweg niet op de weegschaal gaan staan.

Eerlijk is eerlijk, ik heb lange tijd niet in de gaten gehad dat de kilo’s die ik met bloed, zweet en tranen vaarwel had gezegd zich langzaam maar zeker weer aan mijn lichaam klampten doordat ik een weegschaalmijder werd. Pas toen ik na de onvergetelijke hittegolf mijn gebruikelijke lange broeken weer wilde dragen, merkte ik dat die toch wel érg strak zaten: wat ik uit het oog verloren was, was het feit dat mijn zomerbroeken van vorige zomer minstens een maatje groter zijn dat de lange broeken die ik had… Een lange martelgang naar de weegschaal bevestigde mijn vermoedens: ik was aangekomen. Niet zo’n klein beetje ook.

Een kleine vier maanden na mijn laatste ontmoeting met de weegschaal blijken alle verloren kilo’s van de afgelopen twee jaar weer terug te zijn. Aangezien het toch over dubbele cijfers gaat, was dat wel even slikken. En ja, ik kan het labeltje coronakilo’s gebruiken en mezelf inprenten dat het daardoor allemaal wat minder erg is, maar daar heb ik alleen mezelf maar mee: het is namelijk wél erg dat ik ben aangekomen. Het is niet eens het getal op de weegschaal dat me stoort, het zijn vooral de gevolgen van die extra kilo’s die zwaar wegen.

“Hoe kon je het zo ver laten komen?” vraag je je misschien af. Door de coronacrisis en de bijbehorende maatregelen ben ik gestopt met mijn dagelijkse wandelingetje en door omstandigheden ben ik ook tijdelijk overgestapt naar voltijds administratief werk, in plaats van halftijds fysiek actief werk te doen en halftijds administratie. De antidepressiva die ik ben gaan slikken zullen niet bevorderlijk geweest zijn en de depressie zelf zorgt er nog altijd voor dat ik me maar moeilijk uit de bank kan slepen. Het meest eenvoudige antwoord is echter eigenlijk even simpel als verdrietig: het kon me niets schelen.

Toch wordt het tijd om langzaam maar zeker het roer weer wat om te gooien. Ik heb niet de illusie dat ik binnen een week een ommezwaai van 180 graden kan maken, maar ik hoop wel stapje voor stapje weer wat actiever te worden. Hopelijk kan ik dit keer wel definitief afscheid nemen van wat overtollige kilo’s. Mijn weight loss journey zal dus één van de onderwerpen zijn die ik hier weer wat nieuw leven in wil blazen door op gezette tijden een korte update te geven.

Let’s do this!

Verhip, (g)een dip

Depressie is een sluipmoordenaar. Steeds een beetje slechter slapen. Steeds wat moeilijker uit bed kunnen komen. Steeds iets minder honger. Steeds minder zin om buiten te komen en onder de mensen te zijn. Steeds vaker de vraag wat voor zin ‘het’ allemaal heeft. Ik dacht dat ik dat inmiddels geleerd had en alert was op alle alarmbellen, maar toch heeft het weken geduurd voordat ik me realiseerde dat mijn dip geen dipje meer was.

De afgelopen weken is er veel gebeurd. Gebeurtenissen die me diep geraakt hebben, zowel in positieve als in negatieve zin. Inzichten die puzzelstukjes op zijn plaats hebben doen vallen. Situaties waar ik maar moeilijk raad mee weet. Druppels in mijn toch al overvolle emmer, zonder dat ik me besefte dat hij over dreigde te lopen. Je schrikt van een heftig nieuwtje, maar spreekt jezelf toe dat je het niet zo aan je hart moet laten komen want voor anderen is het erger. Je hebt moeite met de onduidelijkheid en onzekerheid rond coronamaatregelen, maar maakt jezelf wijs dat je daar niet druk om moet maken want het is nu eenmaal wat het is. Je kunt je in het weekend bijna niet uit bed slepen omdat je geen afspraak of reden hebt om op te staan, maar je zegt tegen jezelf dat het logisch is dat je moet bijtanken na een lange, drukke werkweek. Je hebt ergens wel door dat je je toch weer vaker somber of leeg voelt, maar je houdt jezelf voor dat het allemaal zo erg niet is.
Tot je je op een gegeven moment realiseert dat het wél erg is.

Dat moment is inmiddels een klein poosje geleden. Langzaam maar zeker probeer ik weer op te krabbelen en ja, daar hoort bloggen ook bij. Ik heb nog flink wat hersenspinsels die ik wil publiceren, dus de komende tijd zal hier weer wat meer leven in de brouwerij komen.

Buitenstaander

Een week geleden zette ik, voor het eerst in ruim vier maanden, voet op Nederlandse bodem. Het hele ‘grenzen dicht’-gebeuren had lang genoeg geduurd, in ieder geval voor mijn moeder, dus plande ik een tripje naar mijn ouders. Een mooie gelegenheid om toch maar gelijk die nieuwe laptop te kopen die ik al een tijdje wilde hebben en mijn uitgeputte voorraad Nederlandse producten weer aan te vullen, zullen we maar zeggen; de recente ontwikkelingen hebben ons immers geleerd dat je nooit weet wanneer de volgende mogelijkheid zich aandient.

Ondanks het feit dat ik het nieuws uit Nederland toch nog vrij behoorlijk volg, had ik geen flauw idee wat me te wachten stond voor wat betreft coronamaatregelen. Mijn moeder had laten weten dat mondmaskers niet verplicht waren, dat je enkel in je eentje mocht winkelen en hoe het met winkelwagentjes geregeld was in de plaatselijke supermarkt en aangezien dat toch min of meer gelijkaardig is aan de situatie in België dacht ik dat het allemaal wel mee zou vallen. De cultuurshock die ik te verwerken kreeg, had ik in ieder geval niet verwacht.

Inmiddels woon ik ruim 5,5 jaar in België en de kloof met Nederland heeft voor mij nooit eerder zo groot gevoeld. In mijn omgeving zie ik toch behoorlijk wat mondmaskers in winkels en zelfs bij automobilisten, in Nederland helemaal niemand. Daar waar afstand houden in België soms moeilijk is, was het in Nederland overal simpelweg onmogelijk. In België waren op dat moment de terrasjes en restaurants nog gesloten, in Nederland zat men hutje op mutje te borrelen.
Natuurlijk speelt mee dat ik vrij landelijk woon en in Nederland in meer stedelijk gebied was, maar het contrast voelde niet eerder zo groot. Daar komt nog eens bij dat mijn geboorteplaats in al die maanden natuurlijk ook veranderd is. Zelfs mijn ouderlijk huis werd her en der voorzien van een nieuw likje verf.

Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk was het fijn om na al die maanden mijn moeder weer een knuffel te kunnen geven. Te kunnen lachen met mijn vader. Onverwacht zelfs Broertjelief te zien en mijn twee überverlegen Pindaneefjes nog een kleinigheidje te kunnen geven voor hun verjaardag, ruim een maand eerder. Dat alles neemt echter niet weg dat ik me nooit eerder zo’n buitenstaander gevoeld heb.

Grensoverschrijdend

Zes jaar geleden besloot ik naar België te verhuizen. Een beslissing waar het nodige denkwerk aan vooraf is gegaan. Voor- en nadelen werden uitgebreid tegen elkaar afgewogen, om uiteindelijk te beslissen om de sprong in het diepe te wagen.

Eén van de nadelen op mijn lijstje was het feit dat contact houden met vrienden en familie in Nederland niet zo vanzelfsprekend is wanneer je in het buitenland woont, zelfs niet als dat buitenland ‘maar’ België is. De meeste mensen uit mijn netwerk kan ik met de auto nog vrij goed bezoeken, maar mocht ik om wat voor reden dan ook zonder auto komen te zitten wordt het toch een lastiger verhaal dan wanneer ik in Nederland zou wonen. Bellen en sms-en van en naar het buitenland is vrij prijzig, dus dat doe je ook niet zo snel. Lang leve WhatsApp, zullen we maar zeggen. ‘Contact houden’ was dus iets waar ik wel over na heb gedacht, maar wat ik altijd als ‘niet onoverkomelijk probleem’ heb gezien. Waar ik echter geen rekening mee heb gehouden, was een stom virus dat ervoor zou zorgen dat de grenzen gesloten zouden worden.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb er zeker begrip voor dat men besloot om maatregelen te treffen tegen de verspreiding van het coronavirus. Een al dan niet intelligente lockdown, mondmaskers, een anderhalvemetermaatschappij; het zijn dingen waar ik in beginsel geen probleem mee heb. Het is zuur dat ik sinds eind januari mijn familie niet meer gezien heb en dat ik bijvoorbeeld de verjaardagen van Broertjelief, mezelf en mijn twee neefjes niet heb kunnen vieren, maar het was duidelijk dat op bezoek gaan niet mocht en waarom die beslissing genomen werd.

Inmiddels zijn de cijfers in zowel België als Nederland dusdanig verbeterd dat beide landen hun maatregelen versoepelen. Dat er in beide landen anders met deze versoepelingen om wordt gegaan lijkt me logisch, net als het feit dat er momenteel ongetwijfeld lastige beslissingen genomen moeten worden. En toch… Hoewel ik begrip heb voor de situatie, steekt het wel.
In België mag men per gezin met vier anderen een ‘bubbel’ vormen. Doordat vrienden, buren en kennissen bubbels maken met hun familie zit ik in geen enkele bubbel. Ik ben inmiddels weer aan het werk, ik maak mijn wandelingetjes en doe mijn boodschappen dus ik zie op gepaste afstand zeker wel mensen, maar nauw contact zit er niet in en dat vind ik absoluut geen probleem.

Wat is dan wel het probleem, vraag je je misschien af? Eerlijk gezegd denk ik dat mijn probleem uit twee delen bestaat. Ten eerste vind ik het onbegrijpelijk dat Belgen heel het land door mogen crossen om hun familie te zien, terwijl ik eenzelfde afstand niet af mag leggen om mijn familie te zien, puur omdat er een grens tussen ligt. Ik zie veel Nederbelgen met termen als ‘discriminatie’ en ‘ongelijke behandeling’ zwaaien en ja, ik kan me het gevoel bij die mensen wel voorstellen… Nu moet ik persoonlijk een kleine twee uur rijden om mijn familie te zien, maar hoe zuur moet het zijn om in het grensgebied te wonen met familie op slechts een steenworp afstand aan de andere kant van de grens? Wáárom is het zo moeilijk om geregeld te krijgen dat ook wij onze ouders mogen zien? Ik dacht dat dit nu net een reden was waarom men zo graag één Europa wilde, maar vooralsnog merk ik weinig van enige samenwerking op dit gebied.
Dat brengt me gelijk bij het tweede punt. Ruim twee weken geleden werd voor het eerst gemeld dat er gekeken werd naar het openstellen van de grenzen. Dat werd uitgesteld en uitgesteld, met als laatste update het nieuws dat er afgelopen dinsdag een advies zou komen op basis waarvan meer duidelijkheid zou volgen. Inmiddels is het donderdagavond en ben ik nog niets wijzer. Als het, om wat voor vage reden dan ook, niet zou mogen om naar Nederland te gaan zou ik daar nog enigszins begrip voor kunnen hebben, maar behandel me niet als een zotje en geef gewoon duidelijkheid. Ondertussen krijg ik namelijk wel mails van verschillende vliegtuigmaatschappijen en van Zaventem en Charleroi over de heropstart van het vliegverkeer in juni, maar over het oversteken van de grens voor familiebezoek hoor je niemand.

Nogmaals, ik sta zelf niet te springen om gelijk met gillende banden naar Nederland te racen, maar een beetje duidelijkheid en perspectief mag ik toch wel vragen? Niet alleen voor mij, maar misschien nog wel meer voor de twee 60-plussers aan de andere kant van de grens die waarschijnlijk wél zitten te wachten tot grensoverschrijdend bezoek weer mag.
Grensoverschrijdend werken, er valt nog een hoop te leren.

Beestenbende

Afgelopen maandag mochten in België de dierentuinen hun deuren, met inachtneming van alle gekende maatregelen, weer openen. Pairi Daiza besloot te werken met een reserveringssysteem, om er zo voor te zorgen dat het aantal bezoekers gelimiteerd kon worden. Als abonnementhouder kreeg ik de kans om in te schrijven en ik koos er, na lang wikken en wegen, voor om me voor donderdag in te schrijven. Aan de ene kant had ik Pairi Daiza gemist en vond ik het fijn om het vooruitzicht te hebben om iets buitenshuis te kunnen doen, maar tegelijkertijd was ik toch ook ergens wat bezorgd, zeker naarmate in de loop van de week steeds meer bezoekers werden toegelaten. Ik mag dan alle regels wel respecteren, maar dat wil niet zeggen dat dat voor iedereen geldt.

Vanwege het feit dat ik toch een abonnement heb en kan gaan wanneer ik wil, voelde ik niet de noodzaak om álles te zien. Er staan wat dieren op mijn lijstje waar ik graag ieder bezoek eens een kijkje neem en verder wandel ik, gewapend met mijn fototoestel, wat rond. Zodoende kon ik behoorlijk goed met een grote boog om mensenmassa’s heen en dat beviel me wel.

Aangezien ik niet bepaald fan ben van de zomerse temperaturen van donderdag heb ik lekker op het gemakje een rondje Pairi Daiza gemaakt. Ruim vijf uur later, een ware belaging door ringstaartmaki’s overleefd hebbende en dik 200 foto’s verder stapte ik vrij voldaan weer in de auto.

Hieronder vind je een selectie van de foto’s die ik maakte. De komende tijd zullen er via social media vast nog wel meer opduiken.

Deze diashow vereist JavaScript.

Volhouden

Anderhalve maand geleden ontsnapte er voor het laatst een digitale hersenscheet uit mijn bovenkamer. Ondanks mijn voornemen om in de toekomst open en eerlijk te zijn, bleef het daarna stil. Probleem is namelijk dat je niet alles zomaar direct op internet kúnt gooien, zelfs al zou je dat willen. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat mensen die je persoonlijk in zou moeten of willen lichten dingen via een blog moeten vernemen. En ja, dan vragen sommige dingen tijd…

Begin maart kreeg ik te horen dat De Collega, die al bijna een jaar in ziekteverlof was, ontslag had genomen. Dat zorgde voor de nodige gemengde gevoelens, die elkaar nogal snel afwisselden. In grote lijnen ben ik ergens blij en opgelucht dat er nu een streep onder het verhaal kan, maar tegelijkertijd blijf ik het triest vinden dat alles gelopen is zoals het liep. In de eerste plaats geldt dat natuurlijk in onze samenwerking, maar ik heb ook het gevoel dat er niet alles aan gedaan is om dat nog te herstellen. Is het realistisch om te hopen of te verwachten dat, na vier jaar ellende, alles koek en ei zou worden? Waarschijnlijk niet, maar toch…

Wat de situatie voor mij bovendien ook complex maakte is het feit dat ik me niet begrepen voelde. Achteraf gezien heb ik dat al veel langer gevoeld, maar begin maart werd het pas echt goed duidelijk toen iedereen vond dat ik blij moest zijn vanwege het feit dat ik van De Collega ‘verlost’ was terwijl het voor mij niet zo simpel was. Het is lastig om te vergelijken, maar ik denk dat dat gevoel van niet begrepen te worden uiteindelijk meer pijn heeft gedaan dan mijn gevoelens rond het ontslag an sich.

Hoe dan ook, ik heb vrij diep gezeten. Zo diep dat ik in ziekteverlof ben gegaan en half maart toch maar ingestemd heb met het opstarten van antidepressiva. Gewoon wat minder scherpe kantjes zou de situatie al wat draaglijker maken. Zijn die scherpe randjes er ook echt af? I don’t know. Ik voel me beter en ik ben inmiddels ook weer aan het werk, maar eigenlijk denk ik persoonlijk dat de coronacrisis voor mij gelukkig positief uitpakt. Het is weliswaar schandalig druk op het werk, maar buiten dat kan ik me vooralsnog vrij goed staande houden doordat het vrij simpel is dat je nauwelijks iets mag.

Natuurlijk hoop ik dat de coronacrisis snel achter de rug is. Niet meer continu in een zekere angst leven om besmet te raken of iemand anders te besmetten. Naar Nederland kunnen gaan om de twee 60-plussers die me waarschijnlijk toch wel weer een keer willen zien te bezoeken. Zondagmiddagen met voetbal en doordeweekse Europese avondjes. Onbezorgd naar een restaurant of terrasje kunnen gaan. Zonder beperkingen mijn (niet meer zo) dagelijkse wandelingetje maken.
Het komt allemaal langzaam maar zeker ongetwijfeld weer terug. Tot die tijd kan ik er echter behoorlijk goed het beste van maken. Met een serie op tv, vier kattenknuffelkontjes op schoot, mijn journal of met mijn laptop om wat aan te rommelen bij de hand valt het allemaal tamelijk goed vol te houden.

Monthly Matter: Roet in het eten

Hoewel het effect van 30 Day Challenges op het implementeren van nieuwe gewoonten niet bewezen is, vormen zulke uitdagingen in mijn ogen een leuke manier om nieuwe dingen te proberen en uit je comfort zone te stappen. Om die reden ga ik graag af en toe een maandelijkse uitdaging aan. Het thema voor maart 2020 is ‘March in March’!

Met het aanbreken van de lente dacht ik met het dagelijks zetten van 10.000 stappen een leuke en haalbare challenge gevonden te hebben. Eerlijk is eerlijk, de start was voortvarend. Hoewel ik sinds begin van de maand in ziekteverlof ben (daarover ongetwijfeld later meer) en het zoeken was naar een manier om toch aan die 10.000 stappen te komen, lukte dat uiteindelijk zeer goed. Daar waar ik mijn wandeling voorheen stiekem soms nog wel als ‘moetje’ ervaarde, werd het nu een moment om naar uit te kijken. Even buiten komen. Onder de mensen zijn. Frisse neus halen. In beweging blijven. Ik leek dan ook goed op weg om de challenge tot een goed einde te brengen.

Tot het coronavirus roet in het eten gooide. Vorige week besloot de Belgische overheid dat alle recreatiedomeinen, waaronder ook Mijn Achtertuin waar ik dagelijks mijn wandeling maak, op slot moesten: kennelijk werden de parken gebruikt als hangplek, waar hele groepen gezellig de dag doorbrachten. Dat is echter totaal niet mijn ervaring en ik heb ook altijd meer dan genoeg afstand kunnen houden, dus ja, de maatregel steekt.
Om toch een wandelingetje te kunnen maken besloot ik een ander rondje te proberen. Het jaagpad langs de rivier viel goed te pruimen, maar eenmaal terug in het gehucht waar ik woon werd wandelen meer een soort survivaltocht. Door alle langsracende auto’s was het bovendien ook niet bepaald rustgevend. Al met al geen doorslaand succes dus. Het enige alternatief lijkt nu dus het jaagpad een stuk af te lopen en dan precies dezelfde weg weer terug te gaan, maar vooralsnog is mijn motivatie om te wandelen niet groot genoeg gebleken om daar de deur voor uit te gaan. De boze reacties, vooral op social media, ten aanzien van mensen die, alle maatregelen respecterend, toch naar buiten gaan helpen daar ook niet echt aan mee…

Daar waar ik eind februari nog dacht dat slecht wandelweer of kapotte enkelbanden roet in het eten zouden gooien, lijkt het dus helaas toch het coronavirus te zijn. Voor mijn challenge heel vervelend, maar er zijn natuurlijk belangrijkere dingen dan dat. Laten we vooral hopen dat deze crisis snel bezworen is.

Kom jij nog buiten voor een wandelingetje?

Monthly Matter: March in March

Hoewel het effect van 30 Day Challenges op het implementeren van nieuwe gewoonten niet bewezen is, vormen zulke uitdagingen in mijn ogen een leuke manier om nieuwe dingen te proberen en uit je comfort zone te stappen. Om die reden ga ik graag af en toe een maandelijkse uitdaging aan. Het thema voor maart 2020 is ‘March in March’!

Wandelen. Het klinkt suf en saai, maar ik kan er bij vlagen oprecht van genieten. Van het schatzoeken tijdens geocachingtochtjes, maar ook van het simpelweg halen van een frisse neus door een wandelingetje naar de brievenbus te maken. Op stap met mijn camera om op mijn gemak foto’s te nemen, of juist met de sportschoentjes aan om pittig door te stappen door wat ik liefkozend Mijn Achtertuin noem; het maakt me allemaal niet uit. Naast het feit dat ik het leuk vind om te wandelen en het vaak bovendien rust in mijn hoofd geeft, heeft het wandelen natuurlijk ook gezondheidsvoordelen. Niet alleen is het een goede manier om gewicht te verliezen, ook voor mijn belabberde enkels is het belangrijk om in beweging te blijven. Toch lukt het me vaak niet om de aanbevolen hoeveelheid van 10.000 stappen te halen, ondanks het feit dat ik ook op mijn werk vaak toch de nodige stappen zet.

Als ik mijn Fitbit mag geloven zet ik momenteel gemiddeld zo’n 8.500 stappen per dag, wat een streven van minstens 10.000 per dag een op het eerste oog haalbare challenge lijkt te maken. Ik ga in ieder geval hard mijn best doen. Duimen jullie ondertussen mee voor mooi wandelweer?

Maak jij graag een wandelingetje?

It seems so easy

Alle goede voornemens ten spijt valt het hier helaas een beetje stil. De motivatie is er, ik loop bijna over van de inspiratie maar toch komt het er niet van om hier daadwerkelijk een hersenscheet te produceren. Toch is er niet bijster veel voor nodig om een blog te publiceren. Een simpel stappenplan:

  1. Computer starten of telefoon pakken
  2. Naar de WordPress-website gaan of app openen
  3. Nieuw bericht openen
  4. Fascinerend stukje tekst schrijven
  5. Publiceren

Sounds easy, doesn’t it?

Er zijn echter talloze dagen waarop dit een onmogelijke opgave is. Dagen waarop ik urenlang naar een wit invoerveld zit te staren, zonder enig idee te hebben wat ik zou kunnen typen. Dagen waarop ik WordPress open, om vervolgens dusdanig afgeleid te raken dat ik me drie uur later realiseer dat ik eigenlijk iets wilde bloggen. Ergens vind ik dat vervelend, vooral omdat ik graag vaker zou bloggen. Tegelijkertijd besef ik dat het ‘maar’ over bloggen gaat. Probeer je eens voor te stellen hoe frustrerend het is om hetzelfde te ervaren wanneer het gaat over moeten gaan werken. Over studeren. Over huishouden of boodschappen doen. Over een rondje gaan wandelen of afspreken met bekenden. Over koken. Over douchen, haren borstelen of tandenpoetsen. Over een boek lezen of film kijken. Over opstaan. Want ja, er zijn meer dan genoeg dagen dat ook die dingen onmogelijk lijken.

De afgelopen jaren zijn verschillende collega’s langdurig afwezig geweest omwille van onder andere soortgelijke klachten. Niet alleen werken werd teveel, álles werd teveel. Naast de (ver)oordelende opmerkingen van collega’s herinner ik me vooral mijn eigen verbaasde reactie: Hoe kan het in hemelsnaam gebeuren dat ogenschijnlijk simpele dingen gewoonweg een te grote opgave worden? Jammer genoeg kan ik je het antwoord op die vraag niet geven. Wat ik wél kan zeggen is dat ik inmiddels zelf heb ervaren hoe het is wanneer simpele, vanzelfsprekende dingen niet meer simpel en vanzelfsprekend zijn. Als ik daar íets van geleerd heb, dan is het wel terughoudend te zijn in het oordelen over mensen: Je weet maar nooit hoeveel moeite het iemand kost om zichzelf enigszins staande te houden.