Afgelopen week was ik op een boekenbeurs waar ik puur toevallig het boek ‘Het boek met alle levensvragen: 501 vragen die tot inzicht leiden’ zag liggen. Normaal gesproken niet bepaald een boek dat ik snel op zal pakken om door te bladeren, maar toch trok dit boek mijn aandacht. Geen idee waarom, want de kaft is saai en er staan geen leuke plaatjes in ofzo, maar het gebeurde. Bij het boek wordt een “opdracht” gegeven:
Bepaal of je een vraag op een linker- of rechterpagina wilt beantwoorden. Sla het boek vervolgens willekeurig open en geef eerlijk antwoord. Antwoorden met ‘Ja’ en ‘Nee’ zijn niet voldoende. Vraag jezelf altijd af ‘Waarom …..?’
Leuk voor mezelf en wellicht ook leuk voor hier. Af en toe zullen er dus antwoorden op heuse levensvragen hier verschijnen. Laat ik maar meteen aftrappen!

Meteen zie ik me gesteld voor een lastige vraag. Hoewel, de vraag zelf is vrij makkelijk, maar het antwoord is ietwat confronterend. Op dit moment heeft namelijk helemaal niemand een sleutel van mijn huis; de reservesleutel heb ik zelf in mijn bezit.
Het is niet zo dat er niemand is die mijn sleutel voor me wil bewaren, voor het geval ik me ooit buitensluit of iets dergelijks. Integendeel. Ik word alleen zelf echt helemaal kriegel van het idee dat er iemand bij mij naar binnen kan op momenten dat ik er niet zelf bij ben. Ik heb een behoorlijk archief met dagboeken, schrijf geregeld verhalen die niet iedereen hoeft te lezen en heb creatieve uitspattingen die niet voor iedereen bedoeld zijn. Ik moet er absoluut niet aan denken dat er iemand in mijn huis ook maar de mogelijkheid krijgt te gaan snuffelen of per ongeluk spullen vindt die niet voor andermans ogen geschikt zijn. Hoewel ik weet dat de kans klein is dat dat gebeurt kan ik me daar maar moeilijk over heen zetten…
Desalniettemin is er één iemand geweest die ooit mijn reservesleutel mocht hebben. Niet mijn ouders, niet mijn buren, niet mijn vrienden, maar R. Het heeft me toen heel veel moeite gekost om hem mijn sleutel te geven, want ondanks het feit dat hij al dagboekstukken had mogen lezen en als enige écht alles wist over mijn niet zo fraaie verleden zag ik het geven van mijn reservesleutel als de ultieme daad van iemand binnen laten in mijn leven, een ultieme daad van iemand vertrouwen zoals ik nooit eerder iemand had vertrouwd (en nadien ook niemand meer heb vertrouwd). Op dat moment was ik naïef genoeg om te denken dat hij me dan ooit eens zou verrassen door onaangekondigd voor de deur te staan of te blijven wanneer ik een miezerig college had terwijl hij vrij was, maar uiteindelijk is die sleutel nooit gebruikt. Ik ben hem braaf iedere keer van het station gaan halen wanneer hij kwam en uit gaan zwaaien wanneer hij weer op de trein stapte.
Toen er een punt achter onze relatie kwam te staan en ik mijn sleutel ook weer terug had, heeft het ding onaangeraakt op dezelfde plek gelegen tot ik ging verhuizen en die reservesleutel ook in moest leveren. Ook dat kostte moeite, maar dan om een heel andere reden…
Al met al kan ik concluderen dat ik mijn huissleutels niet graag uit handen geef.
Hoe zit dat met jou?