Cadeautjes krijgen

Het is een tijdje geleden, maar vandaag toch maar weer een random vraag.
De vraag van vandaag:

“What’s the best gift you’ve ever received?”

Ik ben geen gemakkelijke cadeau-ontvanger. Het is zeker niet zo dat ik ondankbaar ben of hoge eisen stel, integendeel. Ik vind het vaak al heel fijn wanneer mensen gewoon aan me denken. Grote, dure cadeaus hoeven daarom voor mij ook niet zo nodig. De kleinere, nuttige dingen koop ik bovendien vaak zelf al, dus echt veel blijft er niet over. Niet altijd even handig voor mensen die me iets cadeau willen doen.

Toch heb ik de afgelopen 25 jaar genoeg cadeaus gekregen. De vraag is dan alleen wat ik onder ‘best gift’ moet verstaan. Het meest praktische? Het leukste? Het cadeau dat me het meest heeft verrast? Het cadeau dat me het meest bij zal blijven? Het is lastig, want heel veel cadeaus hebben iets speciaals. De Russische dwerghamsters die ik van mijn opa heb gekregen, de vulpen met mijn naam en afstudeerdatum van mijn ouders, de dvd’s van R. met Kerstmis en ga zo maar door.
Toch spant één cadeau de kroon. Mijn 18e verjaardag heb ik bij mijn eerste vriendje gevierd. Hij had al talloze keren gevraagd wat ik zou willen hebben voor mijn verjaardag en mijn antwoord was steevast ‘niks’. Er waren, achteraf gezien, wel wat dingen die hij zelf had bedacht, maar die durfde hij niet te kopen omdat hij bang was dat ik het al had. Met luchtjes en sieraden maak je mij niet uitzinnig, dus hij had met zijn handen in het haar besloten om dan inderdaad maar niks te kopen. We hebben een hele gezellige avond met zijn ouders en broers gehad, maar zoals altijd komt daar toch ooit een einde aan dus hij heeft me naar buiten begeleid. Toen bleek eigenlijk pas hoe vervelend hij het had gevonden dat ik steeds zei dat ik niets hoefde, terwijl hij juist dolgraag wél iets zou geven (ook omdat ik zelf vaak wel unieke cadeaus probeer te geven of maken). We hebben daar echt ontzettend lang over gepraat, maar zijn rotgevoel dat hij me niets had gegeven ging daar niet mee weg. Uiteindelijk heeft hij uit het grindpad naar zijn huis een willekeurige steen gepakt en die aan mij gegeven.
Waarschijnlijk zouden veel mensen die steen na al die jaren weggegooid hebben. Ik heb hem nog steeds. Hij ligt zelfs nog altijd gewoon in het zicht, in plaats van ergens op een donkere, stoffige plek. Niet omdat ik die steen zo prachtig vind, maar wel omdat het een cadeau is met een verhaal dat mij tot op de dag van vandaag nog raakt.

Wat is het meest opvallende cadeau dat jij ooit gekregen hebt?

Thuis

Bij gebrek aan een nieuwe vraag de vraag van gisteren:

“What does “home” mean to you?”

Als geen ander weet ik hoe het voelt om een “thuis” te hebben dat niet als een “thuis” voelt. Al in mijn jonge tienerjaren kreeg ik het gevoel dat het huis waar ik in woonde niet mijn thuis was. Ik kon alleen nooit mijn vinger leggen op de oorzaak. Het gevoel was er en verder heb ik er jarenlang weinig aandacht aan besteed. Tot het moment dat ik behoorlijk met mezelf in de knoop kwam te zitten en ik werd gedwongen om mijn hele leven tegen het licht te houden.

Toch verdwijnt het gevoel dat je je niet thuis voelt in je eigen huis niet van de een op de andere dag. Zelfs het feit dat ik op kamers ging in Nijmegen, waar ik alles naar mijn eigen zin in kon richten en dergelijke, hielp me niet van dat gevoel af. Ik had in eerste instantie maar weinig contact met ganggenoten die ik sowieso maar nauwelijks zag en ik had het idee dat ik op vakantie was in mijn eigen stulpje.
In de loop van de tijd ging het steeds beter: ik ging me steeds meer thuis voelen op mijn kamer. Ik leerde R. kennen en doordat hij vaak bij mij was werd het ook steeds leuker om daar te zijn. Dat veranderde echter toen het tussen ons stuk liep. Overal zag ik beelden van en herinneringen aan hem, waardoor ik me ook daar op een gegeven moment niet meer thuis ging voelen. Toen ik de mogelijkheid kreeg om naar mijn huidige stek te verhuizen heb ik wel even getwijfeld. Ergens voelde het als een vorm van zwakte om toe te geven dat ik me niet langer thuis voelde daar, voelde het als wegrennen voor mijn verdriet. Toch ben ik op heel veel manieren hier beter af.

Sinds de zomer van vorig jaar woon ik op mijn huidige stekkie. In het begin was het ook zeker onwennig, maar naarmate ik hier langer woon ga ik me ook steeds meer thuisvoelen hier. Dat vind ik ook wel belangrijk. Prettig om ergens te wonen waar je je niet thuis voelt is het namelijk zeker niet.
Ergens kijk ik wel uit naar de dag dat ik een huis kan huren of kopen. In zekere zin zou dat toch pas écht de afsluiting van mijn studententijd betekenen denk ik. Dat heeft echter allemaal geen haast. Voor het eerst in lange tijd kan ik oprecht zeggen dat ik het niet erg vind om hier nog wat langer te blijven wonen!

Voel jij je thuis in het huis waar je woont?

Favoriete dag van de week

De vraag van vandaag:

“What is your favorite day of the week? And why?”

Geen enkele dag in mijn leven is hetzelfde als een andere dag. Er zit weinig structuur in de combinatie studeren, werken en sociaal leven, waardoor het lastig wordt om te zeggen wat mijn favoriete dag van de week is. Toch denk ik dat ik, wanneer ik zou moeten kiezen, de maandag aan zou wijzen als favoriete dag van de week.
Op maandag zit ik namelijk nog vol energie. Weekenden zijn voor mij vaak relatief rustig in vergelijking met de hectische doordeweekse dagen die ik ken, waardoor ik mijn batterij enigszins heb kunnen opladen. Daar waar ik doordeweeks vaak van hot naar her vlieg, kan ik het in het weekend toch net wat rustiger aan doen. Ik benut het weekend dan ook vaak om de week echt af te sluiten: dingen die nog niet gedaan zijn worden doorgeschoven naar de nieuwe week en verder probeer ik me er zo min mogelijk druk over te maken. Vol goede moed begin ik dus met een frisse blik aan een nieuwe week. Nieuwe week, nieuwe kansen. Het klinkt vast heel ziek, maar ik denk geregeld op maandag “Ah fijn, de week begint weer!”. Naarmate de week vordert raakt mijn batterij echter leger en leger en zie ik de lijst met dingen die ik nog moet of wil doen weer exponentieel groeien.
Bovendien speelt mee dat ik het meest interessante college van de week op maandag heb. Niet het leukste, niet het boeiendste, maar wel het college dat ik qua onderwerpen erg interessant vind. Op die manier heb ik toch altijd iets om op maandag naar uit te kijken, terwijl dat op andere dagen een stuk minder is…

Wat is jouw favoriete dag van de week?

Ergernissen in de auto

Op deze blog verschijnen iedere dag thema’s om over te bloggen, bedoeld voor mensen die meedoen aan een challenge om dagelijks te bloggen maar natuurlijk ook handig voor mensen die Toos of Koos Inspiratieloos heten. Nu behoor ik tot geen van deze groepen, maar toch zitten er soms wel onderwerpen tussen die leuk zijn om zelf aan te snijden. Zo ook vandaag. De vraag van vandaag:

“What is your biggest frustration about driving?

Voordat ik afgelopen maand mijn eigen autootje kocht, zat ik nauwelijks achter het stuur. Het was vaak makkelijker om het openbaar vervoer te nemen als de fiets ontoereikend was omdat ik anders eerst helemaal naar mijn ouders moest om daar de auto te lenen. Omslachtig dus. Ik denk dan ook dat ik de afgelopen maand al meer kilometers gemaakt heb dan totaal in de bijna zes jaar daarvoor.

Wanneer je wat vaker in de auto zit, neemt ook het aantal frustraties toe. Je ervaart dingen die je in die spaarzame kilometers voorheen niet eerder overkomen zijn. Zo stond ik anderhalve week geleden in de file op de A12. Nou had ik al wel eens eerder in de file gestaan, dus dat was niks nieuws. Mijn radio schakelt geregeld zelf over naar belangrijke nieuws- en verkeersberichten, dus zodoende was ik op de hoogte van wat er gaande was. Ik sta rustig in de rij op de rechterrijbaan, niets aan de hand. Totdat de chauffeur van de vrachtwagen achter me uitstapt en naar mijn auto komt sloffen. Echt zo’n bouwvakkerstypje met een kilo of 40 overgewicht, een laag gezichtsbeharing waar je bang van wordt en sociale vaardigheden die hij vast thuis bij z’n vrouw heeft laten liggen. Of ik even naar de linkerrijbaan wil gaan, want hij kon mij vanuit zijn cabine niet goed zien. Ja hallo, wiens probleem is dat?! Houd meer afstand zou ik zeggen. Bovendien, waarom zou ik naar de linkerrijbaan gaan wanneer die, volgens het bericht op de radio, over een 200 meter is afgesloten?! Oetlul. Gelukkig (vooral voor mij, in dit geval) heb ik dan weer nét niet het lef om te zeggen wat ik op zo’n moment denk en ben ik braaf naar de linkerrijbaan gegaan, maar mijn hemel, wat zat ik te koken…

Afgelopen jaar maakte het KLPD de volgende top 10 van verkeersergernissen bekend:

1. Bumperkleven (onvoldoende afstand houden)
2. Alcohol en drugs achter het stuur
3. Agressief rijgedrag
4. Onnodig links rijden
5. Hinderlijk langzaam rijden
6. Langdurige inhaalmanoeuvres
7. Hinder bij in- en uitvoegen
8. File voorbijrijden via de vluchtstrook
9. Hinder bij wisselen van rijstrook
10. Onjuist gebruik van richtingaanwijzer

Het is een heel mooi lijstje, maar eigenlijk herken ik me alleen in de topper: bumperkleven. Dat vind ik zo ontzettend irritant dat ik moet bekennen dat ik soms expres irritant terug ga doen, bijvoorbeeld door zelf nét ietsje langzamer te gaan rijden of nét ietsje langer links te blijven rijden wanneer ik aan het inhalen was dan ik anders gedaan zou hebben…
Alcohol en drugs in het verkeer vind ik erg onveilig en onverantwoord, maar het frustreert me niet omdat je als automobilist eigenlijk nooit met zekerheid kunt zeggen of een andere weggebruiker onder invloed is of niet. Ik kan er wel boos om worden wanneer mensen besluiten te gaan rijden wanneer ze onder invloed zijn, want waar haalt iemand het lef vandaan om andere weggebruikers bewust in gevaar te brengen?!
De overige punten vind ik niet zo storend. Het zijn gedragingen waarvan ik makkelijk kan denken ‘ach, als jij daar gelukkig van wordt moet je het zeker doen’, zoals onnodig links rijden of files inhalen via de vluchtstrook. Andere dingen, zoals hinder bij het wisselen van rijstrook, kan ik ook vrij makkelijk relativeren. Het is soms vervelend, maar ik ga er altijd maar vanuit dat dat soort dingen lang niet altijd bewust gebeuren.

Bumperklevende collega-weggebruikers vind ik dus erg frustrerend. Het is echter niet mijn grootste ergernis. Met stip op nummer 1: stil moeten zitten! Saahaai! Absoluut niet mijn ding. Ik ga geregeld anders zitten, zet de muziek keihard aan en ga meebléren (als ik alleen in de auto zit) of ga op mijn benen trommelen met één hand op de maat van de muziek. Alles om me maar te vermaken. Binnen de grenzen van de veiligheid, natuurlijk!