17. Je favoriete plek

Ik heb heel veel plekken waar ik graag ben. Toch ben ik het allerliefst gewoon thuis, waar ik ongegeneerd mijn eigen ding kan doen. Waar niemand me op mijn lip zit tenzij ik zelf iemand heb uitgenodigd. Waar ik heerlijk met mijn veestapel kan knuffelen. Waar ik heerlijk languit op de bank kan hangen en DVD‘s kan kijken tot ik geen DVD meer kan zien. Waar ik in mijn blote kont kan lopen wanneer ik daar zin in heb. Waar ik gewoon kan drinken uit de fles of uit het pak, als ik te lui ben om een glas of beker te pakken. Waar ik heerlijk kan relaxen en mezelf kan zijn.

In huis heb ik twee plekken waar ik het liefst ben: heerlijk hangend op mijn bank of genietend van een lekkere warme douche. De liefde voor mijn bank is vrij simpel te verklaren. Hij zit hangt onwijs lekker en binnen de kortste keren word ik vergezeld door twee mini-tijgers. Bovendien staat ‘hangen op de bank’ gelijk aan ‘even heerlijk niets moeten’, want het enige dat ik op mijn bank doe is luieren. Toen ik mijn huidige villa betrok heb ik deze bank aangeschaft. No way dat die in mijn vorige stulpje gepast zou hebben. Hij heeft behoorlijk wat geld gekost en mijn ouders vonden het eigenlijk niet de moeite waard om een nieuwe bank te kopen, maar ik ben heel blij dat ik hem toch heb gekocht.
Waarom de douche zo’n fijne plek is, vind ik moeilijker uit te leggen. Ik weet zelf namelijk niet helemaal wat nou precies de aantrekkingskracht is. Toch vind ik het heerlijk om het warme water over mijn lichaam te voelen stromen. De tijd lijkt te vliegen wanneer ik onder de douche sta en hoe lang ik er ook onder heb gestaan, ik vind het altijd weer jammer wanneer ik besluit de kraan dicht te draaien. Men zegt wel eens dat een douche verfrissend of verkwikkend kan zijn, maar dat is in mijn geval zeker zo. 

Wat is jouw favoriete plek?

16. Je favoriete boek

Ik ben schuldig. Ik ben een boekenworm.
Ik weet nog goed dat wij op de basisschool een eigen “bibliotheek” hadden (lees: een wand vol met kinderboeken). In no time had ik de hele voorraad al gehad. Ook de reguliere bibliotheek had in mijn jonge jaren niet genoeg boeken om mijn honger te stillen, waardoor ik vrij snel ben overgestapt op boeken voor volwassenen.
Het is voor mij dan ook nooit een probleem geweest om genoeg boeken voor mijn mondeling examen op het VWO te lezen. De lijst was zo lang dat ik van mijn docent de opdracht kreeg om er 20 te kiezen, want hij had geen zin om ze allemaal zelf nog te gaan lezen. Daar begon de ellende, want hoe kies je in hemelsnaam 20 boeken uit als je zo ongeveer de hele bibliotheek gelezen hebt..?

Nog steeds vind ik het moeilijk om een aantal favoriete boeken te kiezen, laat staan slechts één. De afgelopen jaren heb ik heel veel mooie, ontroerende, spannende, meeslepende, tranentrekkende, geweldige boeken gelezen. Het boek over #KanjerGuusje is er daar één van, maar ook boekenseries als Harry Potter, Lord of the Rings en De Aardkinderen vind ik leuk. Ik lees ook graag boeken van bepaalde schrijvers, zoals John Grisham, Dan Brown, David Baldacci en Karin Slaughter verslind ik met speels gemak.

Toch zijn het niet die boeken die ik, met gepaste tegenzin, tot mijn favoriete boek wil bestempelen. Als ik dan toch één boek moet kiezen, kies ik ‘Ik heb Alzheimer: het verhaal van mijn vader’ van Stella Braam. Ik las het boek toen het met mijn opa eigenlijk nog vrij goed ging. Hij woonde nog bij mijn oma thuis en hoewel hij af en toe flink van het padje was, was hij nog behoorlijk zelfstandig.
Het was het eerste verhaal over Alzheimer dat ik las en het is erg mooi geschreven vind ik. Het schetste echter tegelijkertijd een afschrikwekkend beeld van menselijke aftakeling. In de jaren die volgden, heb ik het boek diverse keren gelezen. Niet alleen gaf het me enig idee van wat ik zou kunnen verwachten, maar er waren ook best veel herkenbare dingen. Vandaar dat het boek me erg geraakt heeft. Een aanradertje, wat mij betreft.

Wat is jouw favoriete boek?

15. Je favoriete tv programma

Geloof het of niet, maar eigenlijk kijk ik tegenwoordig maar heel weinig televisie. Voorheen volgde ik tig series en stond de tv altijd wel aan, al was het maar op de achtergrond. Sinds ik ben verhuisd van mijn studentenkamertje naar mijn studentenvilla staan mijn computer en televisie niet meer in dezelfde kamer, waardoor er fors is gekapt in mijn televisietijd. Series zijn bovendien vrij lastig te volgen wanneer je niet iedere dag of week op hetzelfde tijdstip achter je televisie kunt of wilt zitten, dus de enige programma’s die ik dan nog wel eens kijk op de televisie zelf zijn talkshows zoals Dr. Phil waarbij het mij echt helemaal niets kan schelen dat ik niet alle shows kan zien.

Toch zijn er wel series die ik volg, door ze te downloaden of op DVD te kijken. Op die manier heb ik de afgelopen jaren toch flink wat series gezien. Mijn favoriete serie op dit moment? NCIS. Zonder twijfel. Het is ook de enige serie waar ik tijd voor vrij probeer te maken, ondanks dat ik weet dat ik vrijwel alle afleveringen al eens gezien heb. Sommige afleveringen kan ik zelfs al dromen, maar toch blijven ze leuk om te zien.
Verder kun je me blij maken met sportprogramma’s. Ik heb niet echt een favoriet sportprogramma; ik kijk zo’n beetje alles wat op mijn pad komt. Het is alleen niet zo dat ik er tijd vrij voor ga maken, zoals ik bij NCIS wel doe. Alle interessante nieuwtjes kom ik toch wel te weten, dus de behoefte om alles te zien ontbreekt wat dat betreft…

Welke programma’s kijk jij graag?

14. Je favoriete film

Het afgelopen jaar heb ik, net als het jaar daarvoor, deelgenomen aan de Movie Challenge. In 2010 heb ik netjes 150 films gekeken, in 2011 ben ik blijven steken op 140. Al met al heb ik in twee jaar tijd toch 290 films verslonden. Goede en minder goede, bekende en minder bekende films. Het was leuk om twee jaar lang op zoek te zijn gegaan naar nieuwe films om te kijken, maar na die 290 films is de rek er inmiddels wel een beetje uit. De films die ik nu nog niet gezien heb, heb ik doorgaans om een reden nog niet eerder gezien: ze zijn kwalitatief vaak net iets minder.

Wat ik dan wel goede films vind? Die lijst is erg lang. Héél erg lang. Filmreeksen als Lord of the Rings en Harry Potter ontbreken zeker niet op die lijst, maar die kan ik helaas niet de trofee ‘favoriete film’ geven aangezien het hele series zijn die je niet los kunt zien.
Net als het bepalen van mijn favoriete liedje is ook het aanwijzen van mijn favoriete film overigens lastig. Films van verschillende genres laten zich nou eenmaal ook moeilijk met elkaar vergelijken.
Wanneer ik slechts één film aan mag wijzen, ga ik voor ‘Awakenings‘, een film waarin Robin Williams probeert om mensen die als een kasplantje in een verzorgingstehuis gedumpt zijn als het ware en waar verder niet of nauwelijks naar om wordt gekeken een beter leven te geven. Het verhaal van deze film heeft me heel erg aangegrepen, omdat mijn opa al in een verzorgingstehuis woonde toen ik de film voor het eerst zag. Wanneer je iemand zo weg ziet kwijnen en stiekem ook merkt dat er steeds minder bezoek voor hem komt omdat het zo lastig communiceren is hoop je zelf ook dat er iemand ergens een pilletje of een drankje vindt om het leven van die persoon wat menselijker te maken…
Er zijn heel veel meer films die ik mooi vind, die me ontroeren of waar ik keihard om kan lachen. Toch zijn er weinig films die me zo persoonlijk raken als deze film en hoe mooi, leuk, grappig of ontroerend andere films ook mogen zijn, de films die je persoonlijk raken blijven me toch het meest bij. Vandaar dat ‘Awakenings’ mijn favoriete film is.

Wat is jouw favoriete film?

13. Je favoriete liedje

`Only if you have been in the deepest valley, can you ever know
how magnificent it is to be on the highest mountain.´

Richard Nixon 

Mijn muzieksmaak is zeer gevarieerd. Enkele favorieten uit mijn afspeellijsten? Nick en Simon, Phil Collins, Linkin Park, Guus Meeuwis, Queen, Good Charlotte, Maroon 5, Westlife, Reel Big Fish, Robbie Williams, Marco Borsato, Lifehouse, enzovoorts, enzovoorts. De enige genres waar je mij niet echt gelukkig mee maakt zijn techno en klassiek.
Een gevarieerde muzieksmaak hebben is fijn. Er zijn namelijk vrij weinig nummers die ik echt afschuwelijk vind, dus ik hoef op de radio vrijwel nooit te zappen. Het zorgt er echter ook voor dat de lijst met favoriete nummers gigantisch lang is. Zie daar dan maar eens een favoriet nummer uit te kiezen! Dat wordt bovendien ook nog eens gecompliceerd door het feit dat veel nummers niet met elkaar te vergelijken zijn. Degene die nummers van Linkin Park met Westlife zinnig kan vergelijken verdient wat mij betreft een lintje.
Mijn favoriete liedje hangt ook af van mijn humeur en hoe ik op dat moment in mijn vel zit. Toen ik nog bij mijn ouders woonde was de muziek die ik mee aan het blèren was dan ook een goede graadmeter om in te schatten hoe ik me voelde.

Ondanks alles heb ik de afgelopen jaren één nummer gehad dat er altijd nét een beetje uitsprong. Het is ook eigenlijk het enige liedje dat de afgelopen jaren continu op mijn lijstje met favoriete nummers gestaan heeft. Ik heb het over ‘In the end’ van Linkin Park.
Al vanaf de allereerste keer dat ik dit nummer hoorde heeft het een zekere aantrekkingskracht op me gehad. Mijn leven is lang niet altijd over rozen gegaan en wanneer het even niet lekker gaat is dit een heerlijk nummer om flink mee te schreeuwen (al dan niet in gedachte). Aan de andere kant is dit één van de weinige “negatieve” nummers waar ik ook een positief gevoel over kan houden. Ik mag dan keihard op mijn bek gaan en me zwaar kl*te voelen, toch komt er na de “down” wel weer een “up”. Je moet alleen zorgen dat je daar je ogen niet voor sluit…

12. Je favoriete herinnering

De opslagcapaciteit van mijn hersenen is aanzienlijk. Ik onthoud dusdanig veel dat ik op mijn werk al gezien word als de wandelende vraagbaak waar je altijd terecht kunt als je zelf iets niet meer weet. Veel dingen, hoe klein dan ook, hoef ik maar één keer te lezen en het staat in mijn geheugen gebrand. Zeg nou zelf, het is toch best leuk om uit je hoofd te weten dat prinses Diana op 31 augustus 1997 is overleden en dat het album ‘World of our own’ van Westlife 48,46 gulden kostte toen ik het kocht (of 21,99 euro)…
Hetzelfde geldt voor herinneringen. Er zijn maar verdomd weinig dingen die ik vergeet. Veel gebeurtenissen herinner ik me alleen in hoofdlijnen, maar er zijn ook heel veel details die ik nog weet. Voorbeeldjes? Ik weet precies hoe laat ik op de trein stapte om R. te ontmoeten en wat ik droeg toen ik hem voor het laatst zag, ik weet nog tot in detail hoe mijn eerste (introductie-)dag op de uni verliep, ik weet hoe laat mijn moeder me belde om te vertellen dat mijn mini-oma in het ziekenhuis was opgenomen en daar waarschijnlijk ook zou sterven en ik weet wat ik droeg op de eerste dag van mijn vakantiewerk bij mijn huidige werkgever en met wie ik toen werkte. Het nut? Geen idee.

Doordat ik me veel herinner, is het lastig om een favoriete herinnering te kiezen. Er zijn heel veel dingen die ik nooit zou willen vergeten. De reactie van mijn eerste vriendje toen we officieel verkering kregen, de keren dat ik met mijn toen al dementerende opa ijsjes ben gaan eten, mijn 16e verjaardag waarop ik naar een concert van Westlife ben geweest. Toch wil ik me niet alleen positieve dingen herinneren. Op een andere manier zijn ook alle keren dat ik afscheid heb moeten nemen van iemand (door overlijden of verbroken relaties) of van huisdieren me dierbaar, maar ook kleinere dingen vind ik belangrijk om te onthouden omdat het me wel gevormd heeft tot wie ik vandaag de dag ben.

Als ik dan toch een favoriete herinnering aan moet wijzen, is het niet meer dan gepast om een herinnering te kiezen aan één van de personen die de meeste invloed op mij hebben gehad: mijn opa. Toen ik nog een klein meisje was, woonden mijn opa en oma in een rijtjeshuis. Wij gingen daar regelmatig op visite en als het mooi weer was wilde mijn opa nog wel eens met mij gaan wandelen. Om de hoek lag een straat met garageboxen. De muren tussen deze garages staken doorgaans niet echt uit op de stoep, maar er waren garages waarbij de muren wel een stuk de stoep op kwamen waardoor er een soort beschutte hokjes voor de betreffende garages ontstonden. Deze hokjes waren een prima ruimte om als huiskamer te dienen in mijn fantasie en mijn opa werd zo ongeveer gedwongen om bij ieder hokje te doen alsof hij op de koffie kwam. En mijn opa zou mijn opa niet zijn geweest of hij trapte er nog in ook. Soms was de koffie op en moest hij het met thee doen, soms mocht hij mijn hokje niet eens binnenkomen of moest hij tig keer aanbellen voordat ik eindelijk de fantasiedeur eens open wilde doen. Zodra het bezoekje lang genoeg geduurd had naar mijn zin (opa had daar natuurlijk niets over in te brengen) rende ik verder naar de volgende garage met zo’n hokje en daar begon het hele verhaal weer van voor af aan.
Het is op het oog iets kleins, gewoon een spelletje tijdens het wandelen. We hebben misschien wel honderden van dit soort wandelingetjes gemaakt. Toch is het voor mij wel heel speciaal. Ik denk dat menig opa na een paar keer wel gestopt zou zijn en mijn opa is door veel mensen later ook voor gek verklaard dat hij steeds maar weer gedwee meeging in mijn fantasiewereld. Voor mij zegt het iets over de band die ik toen al had met mijn opa. Ik heb hem het bloed onder zijn nagels vandaan gehaald waarschijnlijk met mijn bijdehante opmerkingen, maar toch bleef hij keer op keer achter me aan sjokken en doen alsof hij het daadwerkelijk heel erg leuk vond.
Later zijn mijn opa en oma verhuisd naar een flatwoning en vanuit die woning is mijn opa verhuisd naar de instelling waar hij vorig jaar is overleden. De garageboxen liggen op de weg naar de instelling als je met de fiets gaat en menig keer kreeg ik een glimlach op mijn gezicht bij het zien van die boxen. Telkens weer zag ik een mini-mij rennen met mijn opa op gepaste afstand achter mij aan sjokkend.
Ik heb het maar getroffen met zo’n opa…

11. Je eerste zoen

Ik heb altijd al een zwak gehad voor mensen die, om wat voor reden dan ook, door anderen genegeerd werden. Zo kwam er halverwege groep 3 een nieuwe jongen bij ons in de klas. In een klas die al een half jaar met elkaar optrok en waarin veel kinderen elkaar al uit de kleuterklassen kenden, was dat moeilijk. Daarnaast was het ook een beetje een vreemd figuur, zoals hij daar die eerste dag bij ons de klas binnen kwam sjokken.
Toevallig woonde hij vlak bij mij en we speelden geregeld samen. Toen hij net aansluiting had gevonden bij ons in de klas waren daar vaak anderen bij. Met z’n allen verstoppertje spelen, voetballen of slagballen op het veldje bij mij op de hoek van de straat. Later kwamen daar ook speelmomenten met just the two of us bij.

Uiteindelijk kregen we “verkering”, in mei van het jaar dat ik in groep 7 zat. We waren samen aan het spelen en ik besloot dat het tijd was om hem verkering te vragen. Een paar andere kinderen bij ons in de klas hadden ook verkering en er werd al vaak geroddeld dat we verkering zouden hebben, dus heb ik de stap gewaagd. Hij zei ja en dat moest natuurlijk bezegeld worden. Een snelle kus op elkaars mond en snel weer over tot de orde van de dag.
Op een echte jeugdige wijze heb ik ook veel om hem gegeven. Hij ging echter naar een heel andere middelbare school dan ik en ergens had ik het besef dat onze “relatie” dat niet ging overleven. Toen hij me ook nog eens met een vliegtuig ging vergelijken heb ik het heel boos en verdrietig uitgemaakt, vlak nadat we ons éénjarig jubileum gevierd hadden. Tja, als je dan toch een reden moet hebben om het uit te maken is iemand vergelijken met een vliegtuig ook wel een hele goeie natuurlijk…

Buiten mijn basisschoolliefde ben ik lange tijd niet met jongens bezig geweest. Pas op mijn zeventiende kreeg ik enigszins contact met jongens. Voorheen bestond mijn vriendenkring eigenlijk volledig uit meisjes. Ik ging echter bij een supermarkt werken en daar klikte het heel goed met één van mijn collega’s. Hij werkte veel, ik werkte veel en we trokken tijdens werktijd veel met elkaar op. Als het rustig was in de winkel dook ik vaak het magazijn in om te kletsen en al vrij snel hadden we elkaars telefoonnummer en MSN-adres. Gevoelens voor hem had ik niet, voor een van zijn vrienden die bij ons in de vulploeg werkte des te meer.
Op een zomeravond vroeg mijn collega of ik met hem en zijn vriend naar de bioscoop in Antwerpen wilde. Ik durfde geen ja te zeggen dus heb ik een smoesje verzonnen om niet mee te hoeven. Uiteindelijk zijn de mannen wel gegaan en ben ik een dag later alsnog met mijn collega gegaan. Hij heeft me netjes met zijn auto opgehaald en thuisgebracht. Ik kwam pas dik na middernacht thuis (gelukkig waren mijn ouders op vakantie) en toen hij voor de deur gestopt was draaide hij zijn hoofd en begon me te kussen. Plotseling zat er een tong in mijn mond bij! Ik was helemaal overdonderd en vond het eigenlijk ook ranzig, dus ik was maar wat blij toen hij stopte. “Tja, ik wilde toch kunnen zeggen dat we samen gezoend hebben, want zodra jij iets met B. krijgt zit dat er niet meer in”, was zijn simpele uitleg.
Collega kreeg gelijk. Niet lang na mijn eerste tongzoen papte ik inderdaad aan met B.
En dat zoenen? Dat vind ik lang niet meer zo ranzig als toen!

10. Je geloof

Ergens in mijn eerste levensmaanden ben ik gedoopt. Later heb ik mijn communie gedaan en ook mijn vormsel heb ik gedaan. Toch kan ik niet van mezelf zeggen dat ik gelovig ben. Het begon met twijfels rond het naar de kerk gaan. Ik ging eigenlijk alleen maar naar de kerk met Kerstmis. Vaak nog niet eens voor de mis, maar puur voor de kerststal. Mijn vader zei op een gegeven moment dat hij het hypocriet vond om naar de kerk te gaan met Kerst als hij er verder nooit kwam en ging ook niet meer. Het heeft een hele tijd geduurd, maar in de loop der jaren ben ik dat ook zo gaan zien. Het bezoeken van de kerk werd, met uitzondering van een enkele begrafenis, dus afgekapt.

Naarmate ik ouder werd, begon ik ook steeds meer vraagtekens te zetten bij het bestaan van een God. Die vraagtekens werden met potlood geplaatst na het overlijden van de vader van mijn moeder. Hij had stoflongen en kreeg daar nog eens longkanker bovenop. Het werd een lijdensweg en ik weet nog heel goed dat ik bij zijn uitvaart alle praat over God niet serieus kon nemen. “Wat een gezever zeg, als er al een God zou zijn had hij mijn opa dit leed bespaard.”
De twijfel werd nog erger toen ik mijn andere opa af zag takelen. Dat proces heb ik veel bewuster meegemaakt omdat ik toen wat jaartjes ouder was en door de band die ik met mijn opa had was ik daar ook veel meer bij betrokken. Zoals ik al eerder aangaf vond ik dat gewoonweg mensonterend en dat kleine beetje geloof dat ik nog had verdween als sneeuw voor de zon. Wanneer men naar mijn geloof vroeg, antwoordde ik steevast iets in de richting van ‘ik geloof alleen in mezelf’ (wat dan overigens ook nog niet eens waar was).

Ondanks dat ik zelf niet geloof dat er een God of een leven na de dood is, heb ik wel diep respect voor mensen die daar -ondanks alles wat ze meemaken- wél in kunnen blijven geloven. Sinds mijn mini-oma anderhalf jaar geleden is overleden gaat mijn moeder geregeld met een van haar zussen naar de kerk en hoewel ik daar zelf helemaal niets mee heb vind ik het wel een heel fijn idee dat mijn moeder daar kennelijk wél “iets” vindt…

09. Je werk of studie

Zoals menig ander kind ben ik mijn schoolloopbaan begonnen bij de basisschool in de wijk waar ik ben opgegroeid. Na een jaar of zeven op die school vertoefd te hebben was het tijd om te beslissen waar ik een jaar later naar de middelbare school wilde gaan. Eigenlijk was meteen al wel duidelijk dat ik naar het VWO of atheneum zou gaan, al zou ik zelf het liefste naar de MAVO gaan omdat mijn beste vriendinnetje daar haar schoolloopbaan voort zou zetten. Mijn ouders trapten daar niet in en ik heb er uiteindelijk voor gekozen om naar het plaatselijke gymnasium te gaan. Later ben ik overgestapt op het volwassenenonderwijs, waar ik uiteindelijk met meer hangen en wurgen dan eigenlijk noodzakelijk was geweest mijn VWO-diploma haalde.
Gedurende vrijwel mijn hele VWO-periode heb ik gewerkt. Van folders bezorgen naar barwerkzaamheden en kinderopvang leiden op een sportschool en van winkelmedewerkster bij een niet nader te noemen winkelketen naar bliepmiep bij een supermarkt. Bij deze supermarkt had ik het uiteindelijk zo goed naar mijn zin dat ik daar op een gegeven moment zelfs een uur of 40 in de week werkte en school een beetje liet voor wat het was. Omdat ik op het volwassenenonderwijs zat werd eigenlijk nooit moeilijk over gedaan als ik er weer eens niet was en ik heb daar ruimschoots van geprofiteerd. Het heeft me echter wel veel geleerd, want ik heb mezelf op het volwassenenonderwijs pas echt goed leren kennen.

Na het behalen van mijn VWO-diploma in 2005 ben ik naar de Radboud Universiteit gegaan. Het HBO is eigenlijk nooit een optie geweest, al weet ik zelf niet eens zo goed waarom niet, en uit een hele stapel universitaire studies werd het uiteindelijk orthopedagogiek aan de RU. Ik heb me eerlijk gezegd nooit in mijn studiekeuze verdiept. Ik ben bij één andere universiteit geweest voordat een professor aan de RU mijn hart wist te winnen met een promopraatje en nadien heb ik zelfs niet eens meer verder gezocht. Daar waar anderen obsessief bezig kunnen zijn met hun toekomst sloeg ik helemaal dicht bij het zien van de hoeveelheid opties die ik had.
Om me voor te bereiden op mijn studie ging ik vrijwilligerswerk doen op een woongroep voor verstandelijk beperkte kinderen. Heel leuk om te doen, maar na een reorganisatie en mijn verhuizing naar Nijmegen halverwege mijn eerste jaar kwam er een eind aan mijn vrijwilligerswerk. Betaald werk heb ik lang niet gehad, omdat ik me volledig wilde focussen op mijn studie.
Het begin van mijn studie verliep wat moeizaam; ik haalde eigenlijk niet eens voldoende punten om door te mogen stromen naar mijn tweede jaar, maar uiteindelijk heb ik alle achterstanden weggewerkt en heb ik zelfs met een voorraad extra vakken netjes binnen drie jaar mijn bachelor gehaald. Ik behaalde mijn bachelor in de zomer na mijn break-up met R. en tegelijk met die break-up waren al mijn toekomstplannen van tafel geveegd. Ik wilde toen wij nog samen waren heel graag een master volgen in Amsterdam maar die stap was te groot en ook een master orthopedagogiek zag ik niet zitten, dus na lang wikken en wegen heb ik besloten om me op te geven voor een onderzoeksmaster in Nijmegen. Daar werd een heuse sollicitatieprocedure gehouden en ik was er heilig van overtuigd dat ik niet toegelaten zou worden. Het tegendeel bleek waar.

Wat begon als “minst afschuwelijke optie” begon uit te draaien op iets wat ik wel leuk begon te vinden. In het eerste jaar hadden we een hele ruime keuze uit allerlei vakken en ik heb zo ongeveer overal ook wel aan gesnuffeld. Enerzijds omdat ik het zo druk mogelijk wilde hebben om maar niet geconfronteerd te worden met mijn verdriet, maar ook ergens omdat ik het interessant vond. Zonder er echt veel voor te hoeven doen stoomde ik door het eerste jaar.
Het tweede jaar verliep anders. Ik kreeg geen werkplek op de uni voor mijn stage en onderzoek, waardoor ik genoodzaakt was om thuis te werken. In plaats daarvan besloot ik me in te schrijven voor een tweede studie, rechten. Na de ene tegenvaller na de andere ging ik ongemerkt steeds meer tijd aan rechten besteden en steeds minder aan mijn master. Het heeft, door veel verschillende omstandigheden, dan ook een jaar langer geduurd voordat ik afgestudeerd was dan op papier de bedoeling was, maar in augustus was het dan toch zo ver. Een dag later kreeg ik bovendien te horen dat ik ook de propedeuse van rechten behaald had.

Om toch wat geld op mijn rekening gestort te krijgen had ik al wat dingen als studentassistent gedaan, voordat ik vorig jaar solliciteerde naar een vakantiebaantje. Ik kreeg de mogelijkheid om daar te blijven plakken en die heb ik gegrepen. Het is een baan in een sector die nogal gesteld is op privacy waardoor ik eigenlijk nooit iets los kan laten op internet over mijn werk zonder het risico te lopen mijn baan kwijt te raken, maar ik vind het nog altijd heel leuk werk. Ik werk daar dus al ruim een jaar.
Ook heb ik besloten om mijn studie rechten af te maken. Op dit moment weet ik gewoon niet wat ik wil met mijn verdere leven, dus ik hoop dat ik dat over een jaar of 2,5 -wanneer ik hopelijk nogmaals afstudeer- wél weet. Er is zó ontzettend veel dat ik zou kunnen gaan doen dat ik het heel lastig vind om een beslissing te nemen. Gelukkig heb ik de mogelijkheid om die beslissing nog even voor me uit te schuiven!