Home sweet home!

Vanmiddag was het grote moment -eindelijk- daar: bepakt en bezakt mocht ik het Radboud verlaten! Ik had nog een recept gekregen voor allerlei medicijnen, dus die heb ik maar meteen gehaald voordat ik naar huis ben gegaan. Die extra plastic tas vol met medicijnen maakte het verschil nou ook weer niet.

Het is fijn om weer thuis te zijn. Om héél veel verschillende redenen. Hoewel er goed voor je gezorgd wordt, zitten er toch wat kleine minpuntjes aan logeren in een ziekenhuis:

  • Dove, snurkende kamergenotes. Het feit dat de slechthorende ik daar last van had zegt verdomd veel over het lawaai dat ze maakte.
  • Zusters die midden in de nacht in het donker (!) aan je bed staan waardoor je je wezenloos schrikt als je wakker wordt. Helemaal als ze dan ook nog bij je infuuspomp staan te klooien…
  • Het infuus. Mijn hemel, wat een irritant ding was dat zeg. De plek waar het infuus zat was (en is) pijnlijk en zat op een heel onhandige plaats. Zo onhandig dat ik hem al bijna per ongeluk zelf eruit gerukt heb toen ik me in bed om wilde draaien.
  • Zuurstofslangetjes. Heel leuk en aardig, maar hang de zuurstof dan niet vast aan de muur. Mensen zoals ik vergeten namelijk dat ze niet ver van hun bed kunnen komen met zo’n slangetje om hun nek, waardoor ze zichzelf bijna ophangen. Als je, net als ik, een draaikont bent in bed is zo’n slangetje overigens ook levensgevaarlijk, kan ik uit eigen ervaring vertellen…
  • Het Nachtregime. Mijn eerste nacht in Hotel Radboud kreeg ik het bijna aan de stok met een zuster die mij wilde verbieden nog langer mijn telefoon te gebruiken ‘s avonds om 23.00u. Mijn kamergenote sliep al en ik was nog klaarwakker, dus ik had een béétje zoiets van ‘bekijk het maar’. Het had wel iets weg van een schoolkamp waarbij de strenge surveillant iedereen naar bed stuurt…
  • Kussens die zo hard zijn als een betonblok. Geen idee hoe mensen daar fatsoenlijk mee kunnen slapen.
  • Pensioengerechtigde verplegers. Mannen worden verwend met jonge, sexy verpleegstertjes, ik moet het doen met humeurige, kalende verplegers die voor hun eerstvolgende verjaardag een rollator of een potje Viagra gaan krijgen. Verschil moet er zijn.
  • Ziekenhuisbeddengoed. Dat lijkt me vragen om problemen, want het is freaking koud! Gelukkig mag ik vanavond weer gewoon onder een normaal, warm dekbed kruipen.

En dan heb ik het dus nog niet eens over dingen als ‘niet je eigen gang kunnen gaan’, ‘mensen/huisdieren missen’ of ‘ziekenhuisvoer’ (wat overigens best aardig smaakte) gehad…

Maar goed, we hebben dit memorabele avontuur ook weer overleefd!

Vooruitgang

Mijn gezondheid heeft de afgelopen dag een flinke stap voorwaarts gemaakt. De torenhoge koorts is als sneeuw voor de zon verdwenen en ik ben lang niet meer zo kortademig als gister. Dit heeft als resultaat dat ik minder vaak hoef te vernevelen. Bovendien ben ik vanmorgen verlost van mijn infuus.
Vanmorgen is er weer eens bloed afgenomen en vanmiddag heb ik een longfunctieonderzoek gehad. Mijn longfunctie was niet helemaal goed, maar kennelijk viel dat ook niet te verwachten. Voor mijn gevoel dus een nietszeggende uitslag, maar de medische koppen zullen er vast gelukkig mee zijn. Over medische koppen gesproken; de afgelopen 24 uur heb ik 3 verschillende artsen aan mijn bed gehad. Wie van de drie mijn behandelend arts is? Geen idee. Wie weet een leuk concept om een spelshow van te maken.

Niet alleen mijn medische situatie is verbeterd, ook mijn huisvesting heeft een metamorfose ondergaan. Vanmiddag ben ik naar een andere, nieuwe afdeling verhuisd (een ervaring an sich) waar ik een grote, luxe eenpersoonskamer tot mijn beschikking heb. Ik weet ook niet of het aan mijn medische toestand te wijten is of aan de verandering van afdeling, maar ik merk dat de verpleegsters hier een stuk milder zijn en me niet iedere keer lastig komen vallen.
Ergens voelt het raar om te zeggen, maar ik denk dat het op zich best te doen zou zijn om op deze afdeling langere tijd te moeten verblijven. Toch hoop ik dat ik morgen ‘gewoon’ naar huis mag…

Een eerste keer voor alles…

Ik denk dat je in het leven open moet staan voor nieuwe ervaringen. Mijn ervaringen van vandaag zijn nou echter van het soort waar je op zit te wachten…

De laatste paar dagen was ik al niet helemaal 100% fit. Zo had ik keelpijn en wilde mijn stem niet fatsoenlijk meewerken. Afgelopen nacht kwam daar nog eens een flinke benauwdheid bij. Vanmorgen dus maar meteen naar de huisarts, die al vrij snel besloot een ambulance te bellen om naar de EHBO te gaan…

Op de EHBO is er bloed afgenomen en er zijn longfoto’s genomen. De foto’s gaven geen bijzonderheden aan, bloeduitslagen weet ik nog niet. Wel mag ik logeren in het Radboud…
De antibiotica heeft in ieder geval wel zijn werk gedaan, want de torenhoge koorts die ik had toen ik binnen werd gebracht is gelukkig wat gezakt. En verder wachten we maar af…

Links, rechts, voor en terug

Ieder jaar vlak voor carnaval schieten de groepjes malloten die denken dé carnavalshit te gaan scoren als paddenstoelen uit de grond. Het zijn veelal eendagsvliegen met nummers van een bedenkelijk niveau, die binnen een paar weken na carnaval alweer vergeten zijn. Het probleem is vaak dat ik het deuntje wel lekker vrolijk vind en de tekst zo simpel is dat hij in je hoofd blijft ronddwalen.

Zoiets overkwam me afgelopen zaterdag. Ik maakte kennis met de Gebroeders Rossig en hun nummer ‘Links, rechts, voor en terug’. Ik heb echt met een fameuze ‘Oh. Mijn. God’-blik staan kijken en luisteren. Waarschijnlijk om iedereen te hersenspoelen zongen ze dit nummer twee keer, waarna ik het niet meer uit mijn hoofd kon verbannen. En ja, dat is best ernstig, aangezien het nou niet echt een hoogstaand nummer is. Hoe makkelijk een mens al niet beïnvloed kan worden door een catchy deuntje en een idioot bijpassend dansje…

Kijk en huiver.

Trip down memory lane

Carnaval staat weer voor de deur. Daarom leek het mij gepast om een CD met carnavalsmuziek te branden en in mijn auto te leggen. Daar heb je natuurlijk een lege CD voor nodig. De zoektocht naar een leeg exemplaar veranderde al snel in een trip down memory lane.

Tussen mijn verzameling CD’s trof ik ook CD’s waarvan ik niet zeker wist of ze nou leeg waren of niet. Toch even proberen dus. Het betrof CD’s met -toevallig?- carnavalsfoto’s van jaren geleden. Foto’s die ik me nog wel kon voor de geest kon halen, maar waarvan ik de bestanden was kwijtgeraakt had verwijderd. Het zijn mooie foto’s en er zitten ook zeker heel erg leuke foto’s van mezelf tussen, maar toch zijn het foto’s waar ik niet altijd even graag naar kijk.
Hoewel ik de afgelopen jaren geen carnaval heb gevierd, heb ik dat voorheen altijd graag gedaan. Ik kom uit een familie die zich jarenlang bezig heeft gehouden met het bouwen van carnavalswagens en ik heb zelf ook de nodige uren vol plezier in een koude loods gestaan om te helpen. Negen jaar geleden was ik in diezelfde loods, toen wij het telefoontje kregen dat mijn opa, de vader van mijn moeder, naar de IC was overgebracht en dat wij met spoed moesten komen. Uiteindelijk is hij daar later ook overleden en sindsdien heeft carnaval een stuk van zijn glans voor mij verloren. Carnavalsfoto’s onderscheid ik ook automatisch in de categorieën “opa leefde nog” en “opa was al overleden”…

Het bekijken van carnavalsfoto’s is niet alleen wat dat betreft confronterend. Op vele foto’s straalt een hele enthousiaste bouwer, die helaas op 52-jarige leeftijd door een bedrijfsongeval om het leven is gekomen. Telkens wanneer ik foto’s van hem zie krijg ik toch een raar onderbuikgevoel: zo sta je vol plezier carnavalswagens te bouwen en zo krijg je een dodelijk bedrijfsongeluk…
Daarnaast, en dat is misschien nog wel de voornaamste reden dat het bekijken van de foto’s confronterend is, was het bouwen van de wagens een jaarlijks terugkerend familiegebeuren. Ik weet nog dat ik dat familiegevoel zo gekoesterd heb, omdat ik nooit echt heel veel contact met de familie van mijn vader heb gehad. Ik wist dus dat het ook heel goed anders zou kunnen. Daar waar ik me toen erg verbonden met iedereen voelde, heb ik nu eigenlijk met niemand echt contact meer. Ik heb enkele verdwaalde familieleden op Facebook, maar ook via dat medium is er nauwelijks contact. Enerzijds zijn contacten verwaterd doordat ik jaren geleden 100 kilometer verderop op kamers ben gaan wonen en op een gegeven moment niet meer ieder weekend naar huis ging, maar er zijn ook mensen geweest die mij dusdanig gekwetst hebben dat ik geen behoefte meer heb aan contact. Doorgaans lig ik daar niet wakker van, maar wanneer ik dan die foto’s zie vind ik het ergens toch wel jammer dat dingen gelopen zijn zoals ze zijn.

Hoewel niet alle foto’s even leuk waren om weer te zien, ben ik wel blij dat ik in ieder geval de bestanden van de foto’s weer gevonden heb. Ik heb ze op mijn externe harde schijf bewaard zodat ik ze ook niet snel meer kwijt zal raken. Met gemengde gevoelens heb ik de CD’s dan ook weer opgeborgen.
En dan kijk ik eens in het hoekje van mijn beeldscherm om te zien hoe laat het is. Onder de tijd staat bovendien de datum, 18-2-2012. Exact negen jaar geleden werd mijn opa gecremeerd en twee jaar geleden mijn mini-oma. Toeval of …?

Ontdekkingsreizen in je eigen omgeving

Vandaag was het weer in Nijmegen heel erg aardig, waarop ik besloten heb om met mijn fototoestel de omgeving in te trekken. Zonder plan of wat dan ook vertrok ik om random foto’s te maken, terwijl ik kon genieten van een prachtig zonnetje.

Echt ver van huis ben ik vandaag niet gekomen. In de buurt ligt een park waar ik vorige winter hele mooie foto’s heb genomen en daar ben ik mijn tochtje begonnen. Ook zonder sneeuw ziet het er mooi en rustgevend uit. Vanuit het park ben ik maar gewoon verder gaan lopen, tot ik langs de Hortus Arcadië kwam. Dit is een botanische tuin, ofwel (grof gezegd) een tuin met een groot aantal verschillende bomen en planten. Deze tuin werd aangelegd door biologen van de universiteit en vanuit dit kader wist ik dat deze ergens in de buurt moest zijn maar vandaag kwam ik er dus eigenlijk stomtoevallig langs.

Rond deze tijd van het jaar ligt de tuin er maar een beetje zielig bij natuurlijk. Toch vond ik het leuk om hier eens te kijken. Stiekem sta ik er toch van versteld hoeveel mooie natuur er zo dicht bij mijn huis is: voor mooie plaatjes hoef ik helemaal niet ver van huis! Ik ben benieuwd hoe het er allemaal uit zal zien wanneer de bomen en planten weer opleven na hun winterdipje, dus tegen die tijd wil ik zeker nog eens gaan kijken.

Avontuur op de brandtrap

Vanmorgen stond er, voor de verandering, weer eens een werkcollege op het programma. Ik was wat aan de late kant en besloot daarom de nooduitgang te pakken. Ik woon in een flat en naast de welbekende brandtrappen die aan de zijkant van het gebouw hangen hebben wij ook een trappenhuis dat officieel alleen als vluchtroute gebruikt mag worden. Aangezien dit trappenhuis veel gunstiger ligt dan het trappenhuis dat wij wel mogen gebruiken, wordt het toch vrij vaak gebruikt.

Stiekem maak ik ook regelmatig gebruik van dit trappenhuis, de waarschuwing dat dit trappenhuis alleen in geval van brand gebruikt mag worden hiermee in de wind slaand. Vandaag dus ook. Normaal is het vrijwel nooit een probleem om deze route te gebruiken. Beneden voor de buitendeur staan wel eens fietsen die je tegen de grond tikt als je de deur opent, maar spannender dan dat wordt het niet. Totdat, zoals vandaag, deze buitendeur dienst weigert. Gisteren was de deur kennelijk kapot gegaan en de complexbeheerder had het niet nodig gevonden om hem meteen fatsoenlijk te repareren. De toegangsdeuren tot de brandtrap kunnen echter maar aan één kant geopend worden, waardoor de buitendeur de enige uitgang vormt. Béétje lullig dus wanneer je die niet open kunt krijgen. Samen met mijn buurvrouw, die toevallig tegelijkertijd van huis vertrok, zat ik dus opgesloten…

Na een tijdje als een debiel voor de buitendeur en de toegangsdeur op de begane grond te hebben gestaan en zonder resultaat allerlei hulptroepen gebeld te hebben besloten wij het heft in eigen hand te nemen. Samen hebben we de behoorlijk zware buitendeur, die nog enigszins ontzet was, helemaal ontzet. Daar zal de complexbeheerder vast niet gelukkig mee zijn geweest, maar je moet toch wat.

Op het moment dat we daar zaten vond ik het al snel niet grappig meer, al kon ik er achteraf wel om lachen. Pas uren later bedacht ik me echter dat het maar goed is dat we nu uit gemakzucht de brandtrap hebben willen gebruiken in plaats van in een noodsituatie, want dan hadden we toch een groot probleem gehad…

Ambitieus

Gisteren moest ik voor een gesprek naar de studie-adviseur, om eens een hartig woordje te wisselen over mijn plannen voor het komende huidige semester. In verband met mijn slechthorendheid heb ik in principe recht op audio-opnames van de hoorcolleges, alleen schrok de beste vrouw toen ze de lijst onder ogen kreeg van de vakken die ik wil gaan volgen volg.

Een goed gesprek volgde. Ze vindt mijn plannen erg ambitieus. Voor een “normale” student is het al een hele opgave om zoveel vakken te volgen en dan heb ik ook nog eens een handicap (wat haat ik dat woord) en medisch gedonder aan mijn broek. Om nog maar te zwijgen over de vele uurtjes die ik op mijn werk doorbreng.
Menig weldenkend mens zou me voor gek verklaren, dat weet ik ook wanneer ik de hele lijst zie. Toch wil ik graag proberen om alle vakken te volgen, omdat mijn grote vrienden uit Den Haag een langstudeerdersboete uit de hoge hoed getoverd hebben. Aangezien ik al een eerdere universitaire studie heb afgerond ga ik daar naar alle waarschijnlijkheid ook mee te maken krijgen, dus er is mij veel aan gelegen om binnen de grenzen van het redelijke zo snel mogelijk mijn huidige studie af te ronden. Dan maar even nóg een tandje hoger proberen te schakelen. Toegang tot opnames helpt me daar juist bij, omdat ik kan studeren en dingen na kan luisteren op momenten dat ik me goed voel.

Naar aanleiding van ons gesprek gaat de studie-adviseur er alles aan doen om me, daar waar mogelijk, te helpen. Het zal al met al geen makkelijk semester worden, maar het is fijn om te weten dat zij achter mij en mijn ambities staat.

Valentijnsdag

Na de afgelopen weken bestookt te zijn met allerlei reclames voor cadeaus voor je geliefden en romantische liedjes op de radio is het vandaag dan eindelijk Valentijnsdag. Daar waar sommigen een heel jaar uit kunnen kijken naar 14 februari heb ik echt helemaal niets met Valentijnsdag. De wanhoop die bij sommige mensen (voornamelijk mannen) toeslaat wanneer ze niet het meest perfecte cadeautje kunnen bedenken vind ik nog wel vermakelijk, maar diep van binnen blijf ik Valentijnsdag maar een raar gedoe vinden. Waarom zou je één speciale dag nodig hebben om iemand te laten merken dat je van hem/haar houdt? Als je van iemand houdt laat je dat toch door het hele jaar door blijken, op een meer spontane (en daarmee voor mij ook meer waardevolle) manier en niet omdat ooit iemand heeft verzonnen dat 14 februari wel een mooie dag zou zijn om massaal elkaar de liefde te verklaren. Dacht ik zo.

Ik doe dus niets speciaals op Valentijnsdag.
Jij wel?